Stalkers en uitgesloten vaders je kind willen zien is geen stalking; deze aktiekaart is te bestellen bij het platform scjf
Stalking en anti-stalking

Hieronder een artikel van Rob van Altena met de achtergronden van de zaak Johan Last beter bekend als de Meppeler Stalkingzaak. Deze zaak is het boegbeeld van de antistalkingbeweging, maar daarmee ook een goede duiding van de missers van die beweging. Het zou goed zijn als de antistalkingstichtingen eens met de vaderbewerging in gesprek zouden gaan over een gezamenlijk op te stellen gedragscode. Sommigen willen wel. Door het platform clientenorganisaties in jeugdzorg en familierecht is al een gedragscode gemaakt voor ouders die van contact met hun kinderen verstoken blijven. Inmiddels is de anti-stalkingswet door de tweede kamer aangenomen. Overigens menen we te mogen opmerken dat Boris Dittrich geen oud-rechter is maar rechter met verlof.

waar is pappa?

 

Stalkers en uitgesloten vaders

Oud-rechter en tweede kamerlid Boris Dittrich (D'66) is de drijvende kracht bij het streven om belagen (stalking) als ernstig misdrijf op te nemen in het wetboek van strafrecht.

Een eerste ontwerpvoorstel is in l996 gestuit op de weigering van de toenmalige minister van justitie. Daarop heeft Dittrich, samen met kamerleden uit PvdA en VVD een verbeterd wetsvoorstel ingediend, laatstelijk op 5 mei l998.

In diezelfde twee jaar is het nieuwe woord stalking sterk in de media ingevoerd door de Stichting Anti-Stalking. Volgens een zegsman van de stichting gebruik men bewust dit Engelse woord want het Nederlandse woord "belagen drukt de ellende die stalking in zich draagt, niet uit. Het woord stalking heeft een expressiviteit die iets weergeeft van wat de slachtoffers doormaken". Volgens de Stichting gaat het in veruit de meeste gevallen om vrouwen die door een ex-man of ex-partner belaagd worden omdat zij het uitgemaakt heeft en hij dat niet verkroppen kan.

Toch zijn er ook andere redenen waarom de ex-vrouw belaagd kan worden. Bij voorbeeld wanneer zij na de scheiding nog een tijd van twee walletjes wil eten en naast de alimentatie al een economische binding met een nieuwe partner heeft en/of er wat zwart bijklust. De ex-man zal zij het niet aan zijn neus hangen: hij moet het maar zien te bewijzen. En als hij dan haar gangen nagaat en bij bekenden navraag doet, is dat volgens de voorgestelde delictomschrijving stalking. Ook zijn er veel gescheiden vaders die hun kinderen niet meer zien (omdat moeder de omgang dwarsboomt) en die dan op naleving van hun omgangsrecht blijven aandringen. Stalking? Zo te zien zou de anti-stalking wet wel gebruikt kunnen worden om er een vader mee aan te klagen die aandringt op zijn wettelijk omgangsrecht, dat ondertussen door de klaagster zelf met goedvinden van de kinderbescherming gesaboteerd wordt. Wie denkt dat dat niet voorkomt, is slecht ingelicht.

Vaders die hun kinderen nauwelijks meer zien moeten niet met lastposten over een kam geschoren worden. Toch gebeurt dat: verderop geven wij twee voorbeelden.

Maar ook in andere opzichten zitten er ongelukkige kanten aan dit wetsvoorstel. De memorie van toelichting is sterk door de Stichting Anti-Stalking geinspireerd, vanuit het slachtofferperspectief geschreven en, wat uniek schijnt te zijn, zelfs aan de slachtoffers opgedragen. Die overdreven toonzetting kenmerkt ook sommige voorbeelden in de memorie. Wanneer mevrouw Tillema gestalkt wordt en de stalker door krachtig optreden van advocaat en rechtbank zulke torenhoge dwangsommen moet betalen dat hij er zelfs zijn huis en auto voor moet verkopen, terwijl zijn stalken in de memorie alleen gespecificeerd wordt als ongewenst opbellen, dan begint men zich af te vragen wie hier nu eigenlijk wie belaagt. Opbellen is volgens de memorie van toelichting heel bedreigend, met name nachtelijk opbellen. Deze mededeling klinkt wat hysterisch want iedereen weet dat telefoons 's nachts niet rinkelen omdat men ze (net als overdag trouwens) altijd kan afzetten om later rustig de beantwoorder af te luisteren. 'Nachtelijk opbellen' stelt dus niets voor. Toch is juist dat in de pers als het summum van gemeen pesten overgenomen.

Van de mensen die onder belagen te lijden hebben, worden in de memorie met name (pop)sterren en rechtshulpverleners genoemd - beroepsgroepen die nu net tot de meest gehaaiden van de samenleving behoren. De eerste Belg die van de nieuwe Belgische anti-stalking wet (van 8 juli l998) profiteerde, was de popzanger Koen Wouters: de ietwat gestoorde vrouwelijke fan die hem lang belaagd had, werd in Antwerpen ter rechtszitting in de boeien geklonken en afgevoerd. Nu weet iedereen dat het onevenredig hoge inkomen van popsterren vooral wordt verdiend door bij jonge mensen hevige emoties op te roepen en te bespelen; wanneer zoiets dan vervelend maar ongevaarlijk uit de hand loopt, moet men dan naar de wetgever lopen? Ook van rechtshulpverleners (advocaten) kan worden gezegd dat juist zij bij de uitoefening van hun beroep wel heel ver mogen gaan. Zo kunnen zij b.v. de tegenpartij ter zitting belagen door over hem te liegen of zelfs lukraak van de diepste laagheden te beschuldigen. Mensen worden daardoor juridisch en/of psychisch beschadigd en het grijpt sterk in hun prive-leven in. Zou de wetgever het optreden van deze beroepsgroep, dat op punten zozeer aan gelegaliseerde stalking doet denken, niet eens beter wat meer aan menselijke banden kunnen

leggen?

Het anti-stalking wetsvoorstel is niet erg goed ontvangen. Mr.C. Royakkers heeft er een boek tegen geschreven. Er was een kritisch symposium in Eindhoven. De VVD-fractie staat er blijkbaar niet als zodanig achter: kamerlid Niederer wijst het voorstel af. Ook de juridische vakpers had kritiek: zo zou het misdrijf belagen verkeerd zijn ingedeeld: het hoort niet thuis onder het hoofdstuk mishandeling maar onder misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid, waar een lagere maximumstraf op staan.

Fundamentele kritiek is er van N.Holtmaat in het feministische tijdschrift Nemesis: "In discussies tussen feministische strafrechtsjuristen en de vrouwenbeweging wordt er al lang voor gewaarschuwd dat vrouwen door de strafrechtelijke benadering het 'initiatief verliezen' en in de rol van het slachtoffer terecht komen. In plaats daarvan wordt gepleit dat vrouwen alert moeten worden (gemaakt)...In het geval van belaging betekent dat misschien dat meisjes en vrouwen het probleem eerder moeten leren onderkennen." Deze schrijfster is ook de eerste die de groep der uitgesloten vaders losmaakt uit het begrip stalken: "De omgangsrechtproblemen vereisen wellicht eerder een oplossing binnen het jeugdrecht en het familierecht...".

Die lofwaardige opmerking komt op tijd want juist twee in de pers als voorbeeldgevallen behandelde stalkingzaken ("Als Johan geen stalker is, wie dan wel?") waren omgangszaken. Het waren ook zaken van zwakke journalistiek.

De eerste zaak die wij bedoelen is die van Nico M., behandeld in Opzij van februari l998. Ex-vrouw Carla vertelt: "Er was een omgangsregeling waaraan ik mij hield. Maar elke keer maakte hij enorme scenes als Chantal (8) werd gehaald en gebracht...Ik heb toen de Raad voor de Kinderbescherming gevraagd om omgangsbegeleiding zodat een vrijwilligster haar kon halen en brengen. Maar toen viel hij die vrijwilligster aan. ..Nu is bepaald dat hij Chantal elke maand kan zien bij de Raad, onder toezicht...Bij de Dwaze Vaders verkondigt hij dat hij zijn kind niet meer mag zien", enz.

Dit is je reinste desinformatie. Het belangrijkste staat er helemaal niet in namelijk dat vader door moeder van incest werd beschuldigd. Dan wordt elke omgang tussen vader en dochtertje voor de volle duur van de rechtszaak stopgezet. In dit geval duurde het proces (rechtbank en hoger beroep) twee jaar, de vader werd zoals wel te voorzien was geweest, vrijgesproken. Na die twee jaar werd omgang weer toegestaan, vier uur per maand onder toezicht in een lokaaltje ver van de woonplaats van vader of moeder. Nico M. zelf ontkent ooit iemand lichamelijk aangevallen te hebben en voor die ontkenning pleit in ieder geval het feit dat hij er ook nooit voor aangeklaagd is. En dat terwijl hij zich maar in de woonplaats van zijn ex-vrouw hoefde te vertonen of hij werd louter daarom veroordeeld tot een plaatsverbod, waarbij een opnieuw stopzetten van alle omgang met het dochtertje - dat niet in die woonplaats plaatsvond - door de rechter en passant werd meegenomen. Ook als de overige beschuldigingen tegen deze 'stalker' (wangedrag op straat en op de school van het kind) wel juist zouden zijn - wat gezien de rest van het verhaal met reden te betwijfelen is - dan is zijn gedrag nog niet los te maken van het door moeder en rechtspraak steeds weer zwaar belaagde

omgangsrecht.

De tweede zaak, die van Johan en Liesbeth L., haalde ook de voorpagina's van dagbladen. Kritiekloos namen deze Liesbeths beweringen over dat haar ex-man haar jarenlang belaagd en de laatste keer bijna gewurgd zou hebben en dat zij hem daarom in de rug had geschoten. In werkelijkheid was zij, nadat zij in l995 met meenemen van de twee kleuters plotseling het echtelijk huis had verlaten, in een patroon van steeds weer aantrekken en afstoten vervallen. Dat Johan bij zulke tegenstrijdige signalen nog alles inzette om het huwelijk te redden is niet onbegrijpelijk en vanuit christelijk standpunt eigenlijk loffelijk te noemen. Bovendien wilde hij absoluut zijn kinderen niet verliezen: elke gescheiden vader loopt immers 40-50% kans om na verloop van tijd alle contact met de kinderen kwijt te raken. In l996 mocht Johan nog flink meehelpen aan Liesbeths nieuwe woning, ook financieel; er was ook weer sex. Toen de woning ingericht was, beeindigde Liesbeth de relatie opnieuw. Toen kwamen er moeilijkheden over de omgang met de kinderen. Johan gebruikte regelmatig stoer bedreigende taal maar in hardhandigheid deed Liesbeth bepaald niet voor hem onder en verhalen over zware mishandeling tijdens het huwelijk zijn later door derden verzonnen om haar te helpen. Het is zonder meer bewijsbaar dat er mensen zijn gepolst om Johan tegen forse betaling om te brengen en Liesbeths vuurwapen was bewijsbaar afkomstig uit kringen van de Amsterdamse drugsmaffia. Johans zogenaamde wurgpoging was in scene gezet door Liesbeth zelf, in aanwezigheid van weer een andere helper. Terwijl Liesbeth wegens poging tot moord een maand of acht gevangen zat, werd Johans omgang met de kinderen geheel stopgezet en nu Liesbeth weer op vrije voeten is, mag zij de kinderen opvoeden, terwijl Johan, die van agressie tegen de kinderen zelfs nooit beticht is, hen niet meer dan anderhalf (l 1/2) uur per maand mag ontmoeten en dan nog in aanwezigheid van een gezinsvoogdes en op proef.

Na deze jammerlijke zaken tussen moeders die beschuldigen en vaders die hun kinderen niet willen missen, zijn feministische juristen en uitgesloten vaders - buiten elkaar om - blijkbaar tot hetzelfde standpunt gekomen: zulke zaken moeten niet onder de omschrijving van een stalkingdelict vallen. Mogen de voorstanders van de anti-stalkingwet en de media hier nota van nemen.

Rob van Altena medewerker Nieuwsbrief Dwaze Vaders

N.B.: Alles wat over de zaken van Nico M. en Johan L. in dit artikel staat, is geheel verifieerbaar aan de hand van documenten uit hun dossiers, die in ons bezit zijn.


site-zoekmachine home en inhoudsopgave site het zál vaders een zorg zijn colofon- tips & citaat- mail- links dossier stalking dossier beeld en geluid; klik voor index dossier repressie familierecht; klik voor index dossier ouderverstoting dossier kinderbescherming dossier wetenschap en vaderschap dossier rechterlijke macht dossier feminismekritiek
Last Updated http://vaderseenzorg.nl/johanlast.html : zie ook de andere pagina's