site het zál vaders een zorg zijn

equal shared parenting

De internationale verklaring van Langeac over
gelijkwaardig ouderschap


bijeenkomst in Langeac
Mis-interpretatie

Een veel voorkomende misinterpretatie van principe 2 uit de verklaring van Langeac is de volgende: "De verklaring van Langeac was duidelijk: als de ouders het samen niet eens kunnen worden, brengen de kinderen evenveel tijd door bij elk van hen. Dit zou, afgezien van de wenselijk hiervan, inderdaad een laatste stap hebben betekend in de emancipatie van man en vrouw omdat de wet met zoveel woorden gelijkheid, in termen van verzorgings- en opvoedingstijd, zou afdwingen. Luchtenveld heeft afstand genomen van deze interpretatie."
J. Kok Gelijkwaardig ouderschap, een nieuwe norm in het echtscheidingsrecht, in Prof. mr. M.V. Antokolskaia, Herziening van het echtscheidingsrecht - Administratieve echtscheiding, mediation, voorgezet ouderschap. (2006) ISBN 90-6665-739-1 P.187 op pagina 178 is overigens een hele alinea aan de verklaring gewijdt en wordt verondersteld dat deze de inspiratiebron vormde voor het wetsvoorstel Luchtenveld

In deze interpretatie wordt de 50-50-verdeling op de eerste plaats gezien als een middel om gelijke zorgtijd af te dwingen. Echter, zoals het citaat al aangeeft is het juist een ultimum remedium in het geval ouders er samen niet uitkomen. Dit blijkt ook ten overvloede uit artikel 2a. Op de tweede plaats, ervan afgeleid, zou je wel kunnen stellen dat een 50-50 verdeling bepaald als redelijk wordt beschouwd. In die zin heeft dit punt een emanciperende werking. Maar overigens zie ik zelf de emanciperende werking van dit punt juist uitgaan van het bestaan van een gelijk recht en gelijkwaardigheid van de ouders. Dit zal vaders er ook toe bewegen zich meer voor de opvoeding in te zetten. Kwalitatief, maar in verdere instantie ook kwantitatief. De merkwaardige interpretatie van Antokolskaia zal echter zeker hebben bijgedragen aan het feit dat Luchtenveld van dit punt ging afwijken.

Preferences by case law

Georgia and Kentucky. The opinion of the Georgia Court of Appeals is noteworthy. In a unanimous opinion, presiding judge Dorothy T. Beasley stated:

Although the dispute is symbolized by a 'versus' which signifies two adverse parties at opposite poles of a line, there is in fact a third party whose interests and rights make of the line a triangle. That person, the child who is not an official party to the lawsuit but whose well-being is in the eye of the controversy, has a right to shared parenting when both are equally suited to provide it. Inherent in the express public policy is a recognition of the child's right to equal access and opportunity with both parents, the right to be guided and nurtured by both parents, the right to have major decisions made by the application of both parents' wisdom, judgement and experience. The child does not forfeit these rights when the parents divorce.

["In the interest of A.R.B., a child", Georgia Court of Appeals, Case No. A93A0698, July 2, 1993. Subsesquently heard by the Supreme Court of Georgia, which upheld the Court of Appeals finding that, according to public policy of Georgia, joint custody was in the best interests of children when both parents are fit.]


Declaration of Langeac-Engels
Deklaration von Langeac-Duits
Verklaring van Langeac-Nederlands
Declaraçao de Langeac-portugees
Declaracion de Langeac-chileens
Declaracion de Langeac-spaans
Declaration de Langeac-frans


Verklaring van Langeac

Internationale steun voor gelijkwaardig ouderschap

 

Tijdens de internationale conferentie over gedeeld ouderschap, die werd gehouden van 25-31 juli 1999 in Langeac (Frankrijk), was er volledige overeenstemming tussen de vertegenwoordigers van de aanwezige landen over het feit dat gelijkwaardig ouderschap het best de belangen van kinderen, ouders en meer in het algemeen de maatschappij dient. De bevordering van gelijkwaardig ouderschap, zowel in gezinsverband als na een scheiding werd gezien als sleutelprioriteit, die door regeringsinstanties gesteund zou moeten worden.

Verslagen van de deelnemers over de situatie in hun respectievelijke landen zullen aan het nieuw gevormde Comité Gelijkwaardig Ouderschap de mogelijkheid geven om de beste manier te vinden bij het bevorderen van gelijkwaardig ouderschap en het op transnationale basis doen van aanbevelingen bij overheden en autoriteiten.

Er werd op de conferentie overeenstemming bereikt over een eerste versie van "de internationale verklaring van Langeac". Het is de bedoeling dat deze verklaring over gelijkwaardig ouderschap verder wordt aangescherpt in overleg met diverse nationale organisaties en wordt gebruikt om de conferentie van het volgend jaar te promoten. De Ierse delegatie heeft een sterke troef in handen als zij augustus volgend jaar als gastorganisatie zal fungeren voor deze conferentie. De delegaties waren enthousiast over dit vooruitzicht.


De internationale verklaring van Langeac

Definitieve vertaling in het Nederlands ( vanuit de originele Engelse tekst)

Grondbeginselen

a. Vaders en moeders hebben in het leven van hun kinderen gelijke status en als gevolg daarvan gelijke rechten en verantwoordelijkheden.

b. Als de ouders het samen niet eens kunnen worden, brengen de kinderen evenveel tijd door bij elk van hen.

c. Ouderschap berust uitsluitend op de relatie kind-ouder, niet op de relatie tussen ouders onderling. Kinderen hebben het recht beide ouders te kennen en andersom.

1. De belangen van het kind

a. De belangen van het kind mogen niet worden beschouwd als een vaststaand gegeven of iets dat losstaat van de belangen van de ouders en/of het gezin of als iets dat moet worden omschreven door openbare instellingen of deskundigen.

Het is aan de ouders om de belangen van hun kind te interpreteren, behalve in extreme gevallen van mishandeling of ouderlijke onbekwaamheid.

b. De publieke autoriteiten en andere derden moeten worden aangemoedigd om gezinnen en individuele gezinsleden te steunen als ze hulp nodig hebben, zo nodig ook preventief. Behoudens ernstige mishandeling, dienen ze echter beslist niet het recht te hebben om buiten de wens van de ouders in te grijpen.

c. Het kind moet het recht hebben om met zijn of haar ouders te communiceren ongeacht de situatie.

d. Biologisch ouderschap moet worden vastgesteld bij de geboorte door middel van een DNA-test. Zodra de conclusie van ouderschap (of niet-ouderschap) is getrokken, dienen alle bewijsmateriaal en verslagen onmiddellijk te worden vernietigd.

2. Keuzecontracten tussen ouders

a. Ouders dienen in staat te worden gesteld om rechtsgeldige contracten te ondertekenen, met een breed scala van mogelijkheden om hun rechten en plichten met betrekking tot hun kinderen in te vullen. Zo kunnen zij bij scheiding een ongelijke verdeling van de zorgtijd en de inkomens overeenkomen, of afspraken maken over partneralimentatie. De betrokken overheidsorganen hebben tot taak passende open contracten en procedures te ontwerpen, om keuzes te vereenvoudigen en de procedurekosten ervan te drukken.

b. Ouders hebben toegang tot advies en tot gestructureerde contracten die in alle gevallen, via

bemiddeling dan wel via juridische tussenkomst een doeltreffend middel dienen te zijn om bij voorbeeld de verdeling van zorgtaken te regelen.

3. Respect voor de individuele handelingsvrijheid van elke ouder

a. Deze vrijheid moet behouden blijven behoudens de minimumvereisten voor ouderlijke samenwerking.

b. Verhuizing: Als een van de ouders op grote afstand wil gaan wonen, terwijl dat leidt tot potentiële problemen aangaande contact, reiskosten of zelfs tot een dreigende scheiding tussen een ouder en de kinderen, dan kan dat ingrijpen van externe autoriteiten noodzakelijk maken om te beslissen over de hoeveelheid tijd die bij elk van de ouders wordt doorgebracht. De vrije keuze van een volwassene om zijn/haar woonplaats te kiezen kan immers ingeperkt worden door de compromissen die noodzakelijk zijn om de zorg voor het kind te verzekeren. Beslissingen hierover moeten rekening houden met alle omstandigheden, inclusief bijvoorbeeld de noodzaak een baan te vinden door verhuizing. Het dogma van de "stabiele thuissituatie" hoort bij het nemen van een beslissing echter geen uitgangspunt te zijn.

4. Adoptieouders, de familie en andere belangrijke mensen

Kinderen hebben recht op contact met en informatie van familieleden van beide ouders en andersom. De ouder die op een moment de zorg heeft, heeft het recht om eindbeslissingen te nemen over contacten van het kind met anderen dan de familie, ouders of adoptieouders. Het kind houdt het recht beide biologische ouders te kennen, beide minstens op te kunnen bellen en te kunnen schrijven, in het laatste geval met bewijs van ontvangst.

5. De politiek-juridische context

a. De politieke-juridische context waarbinnen over gezinskwesties wordt besloten moet helder en eerlijk zijn voor beide sekses, zonder positieve of negatieve discriminatie. Relaties tussen mannen, vrouwen en kinderen zullen zo worden behandeld dat de ontwikkeling van groepsrivaliteit en polarisatie wordt voorkomen. Behoeften van deze of gene groep mogen niet tot gevolg hebben dat de belangen van anderen op aanmatigende wijze worden gepasseerd.

b. De belangen van het kind zijn gedefinieerd door ouders gezamenlijk. In geval van scheiding worden ze gedefinieerd door de ouder bij wie het kind op dat ogenblik verblijft.

Alleen als er duidelijk kindermishandeling is aangetoond, hebben andere partijen of openbare instellingen het recht om aan ouderlijke beslissingen op dit punt voorbij te gaan. In alle andere gevallen dient de bevoegdheid van genoemde derden te worden beperkt tot het geven van hulp en steun aan gezinnen in nood.

6. Gelijkheid op het werk

a. Beide seksen hebben in gelijke mate recht op ouderschapsverlof.

b. Arbeid moet zo worden ingedeeld dat beide ouders in staat zijn zo volledig mogelijk aan het leven van hun kinderen deel te nemen.

c. Dit vereist ontegenzeggelijk zo'n herindeling van arbeid dat deze een zelfde beeld zal gaan vertonen als de tijdsindeling van onderwijzers en leraren. Dit voorstel moet gezien worden in verband van een wereldwijde vermindering van de eisen die aan arbeiders worden gesteld en verder in het licht van het algemeen groeiende besef dat de emotionele en functionele banden tussen de generaties moeten worden verdiept.

7. Bemiddeling, Juridische terughoudendheid en de betrokkenheid van derden

a. Door deskundige derden bemiddelde vormen van samenwerking kunnen de voorkeur verdienen als het welzijn van het kind dat vereist. De rechten van de ouders om het kind bij zich te hebben en het te verzorgen dienen echter niet afhankelijk te zijn van de manier waarop deskundigen een ouderlijke bereidheid of weigering tot samenwerking beoordelen.

b. Sommige ouderlijke beslissingen vereisen overeenstemming. Er moeten structuren komen om dit mogelijk te maken, via derden of direct. Voorbeelden van zulke beslissingen: vaccinatie (medische zorg), schoolkeuze, zorgverdelingsafspraken, etc..

c. Alleen wanneer ouders niet tot overeenstemming kunnen komen, zal interventie van bemiddelaars in eerste instantie en van het gerecht in laatste instantie noodzakelijk worden.

d. Alleen wanneer ouders, rechtstreeks of via bemiddeling, geen overeenstemming kunnen bereiken, zullen rechters de beslissingen voor hen moeten nemen. Dat betekent niet dat deze van buiten komende autoriteiten het recht hebben te beslissen over de hoeveelheid ouderlijke zorgtijd, maar zij hebben dat alleen over het bepalen van de dagen en uren binnen de hoeveelheid tijd die door de ouders werd overeengekomen of de standaard 50/50.

e. Recht moet niet alleen moeten worden gesproken, het moet ook openbaar zijn.

Procedures achter gesloten deuren moeten waar mogelijk worden vermeden. Ook waar het noodzakelijk of wenselijk is om de identiteit van de partijen te beschermen, zullen wel de procesverslagen en de motivering en vastlegging van de beslissing openbaar beschikbaar zijn. Om dit te bereiken moeten er correct gestenografeerde verslagen van alle procedures bijgehouden worden.

f. Bemiddeling moet beschikbaar zijn voor, tijdens en na (echt)scheiding. Bemiddeling moet onafhankelijk zijn van de rechterlijke macht. Zij dient een gratis publieke voorziening te zijn, facultatief en zonder voorkeur op grond van geslacht. Rechtbanken dienen tussenkomst van

bemiddelaars en een door bemiddeling tot stand gekomen overeenkomst te eerbiedigen.

8. Financiën

a. Als ouders financieel draagkrachtig zijn, is elk van hen financieel verantwoordelijk voor de helft van de kosten van de verzorging van het kind. Deze kosten kunnen van tevoren worden vastgesteld op basis van de minimum onderhouds- en verzorgingskosten voor de kinderen, wat in eerste instantie de verantwoordelijkheid is van de ouders en als ouders hun verantwoordelijkheden niet nakomen of niet kunnen nakomen, van de staat en andere verantwoordelijke instellingen.

b. Het staat ouders geheel vrij om onder elkaar elk ander contract of overeenkomst ten aanzien van het financiële onderhoud en andere zaken met betrekking tot de zorg voor de kinderen aan te gaan. Ouders kunnen dus wederzijds rechtsgeldige contracten sluiten waarin de rechten en/of plichten t.a.v. hun kinderen worden aangepast, bij voorbeeld wat betreft de verdeling van de kosten of de zorgtijd.

9. Kindermishandeling

Wreedheid (i), verwaarlozing (ii), geweld (iii), seksuele mishandeling (iv) dienen te vallen onder de relevante bepalingen van het strafrecht en niet onder de wetten betreffende zorgverdeling en gelijkverdeeld ouderschap. De veronderstelling van onschuld tot schuld is bewezen zal gelden voor alle gevallen, met uitzondering van de hieronder onder b. genoemde.

a. Beoordeling van kindermishandeling dient te gebeuren zonder vooroordeel. De vier typen kindermishandeling zullen gelijk gewogen worden. Tenzij de beschuldigingen van een dergelijke aard zijn dat ze onmiddellijk de veiligheid van het kind betreffen, zal er geen beslissing worden genomen om het contact met een van de ouders te verbreken.

b. Als er beschuldigingen bestaan en er is besloten het contact tussen het kind en een van de ouders op te schorten, dan moet er onmiddellijk een provisorisch onderzoek plaatsvinden om de gevaren vast te stellen. Na een schorsing van ten hoogste twee weken van de bestaande gelijke of andere overeengekomen zorgverdeling dient de oude situatie te worden hersteld, tenzij het onderzoek anders uitwijst. Schorsing alleen kan niet worden gebruikt als een middel om de rechten op ouderlijke zorg van een van de ouders te herzien.

c. Valse beschuldigingen of meineed zullen streng worden vervolgd onder de bepalingen van het wetboek van strafrecht.

d. Waar de ouder-kind relatie wordt beschadigd door oudervervreemding wordt het kind in zijn belangen geschaad en dit zal daarom worden beschouwd als een vorm van kindermishandeling. Ook maatregelen van de overheden die een ouder-kindrelatie op zo'n manier beschadigen dienen als een vorm van kindermishandeling te worden beschouwd en dienen overeenkomstig te worden bestraft.

10. Wat niet valt onder deze principes van gelijkverdeeld ouderschap

Het boven beschreven "gelijkverdeeld ouderschap" heeft niet direct betrekking op gevallen waarin een of beide ouders weigeren of niet in staat zijn hun ouderlijke verantwoordelijkheden ten aanzien van zorg en onderhoud van hun kinderen uit te oefenen. Het betreft alleen die gevallen waar beide ouders zich om hun kinderen willen bekommeren.

Een ouder die verklaart niet voor een kind te willen zorgen, kan daar ook niet toe gedwongen worden. Wat wel bestaat is de financiële plicht om zorg mogelijk te maken en zo is er ook een noodzaak om die zorg te verstrekken, door de ouders of door de staat. Nogmaals: kindermishandeling wordt onder. "gelijkverdeeld ouderschap" beschouwd als een aparte kwestie.

Definities

Ouders

..... worden gedefinieerd als de biologische ouders of, in geval van ernstige mishandeling of

bij weeskinderen, de adoptieouders.

Kind

.. is het menselijk wezen van geboorte af tot de laagste van de twee leeftijden behorend bij emancipatie en meerderjarigheid.

Gezin

...... is het kind en zijn biologische of adoptieouders.

Familie

....zijn de bloedverwanten van het kind en eventueel van zijn of haar adoptieouders

 

 

N.B.

Elk onderdeel van deze verklaring is een integraal deel van het geheel en kan niet buiten het verband van de andere onderdelen worden toegepast of begrepen.

Getekend op vrijdag 30 July 1999 door:

Julian Fitzgerald
Joep Zander
Gerhard Hanenkamp
George Brito
Ipe Smit
Mary T Cleary
Antonio M. Diaz
Ten dele in naam van anderen en organisaties.

Vrijdag 30 Juli 1999


Declaration of Langeac

englisch text

Principles

1. Fathers and mothers should be accorded equal status in a child's life, and consequently should have equal rights and equal responsibilities.

2. Where the parents cannot agree, the children should spend equal time living with each parent.

3. Parenthood must be based only on the child-parent relationship, not that between parents. Children have the right to know both parents and vice versa.

1. The interests of the child

a) The interests of the child will not be viewed as a pre-defined and separate entity from that of parents and family or as something to be defined by the public authorities or professionals. Parents will act as the medium for interpreting the interests of their children except in extreme cases of individual abuse or parental incapacity.

b) The public authorities and third parties can and should be encouraged to support families and individual family members when they need help and if necessary proactively. However in no case except that of severe abuse should they have the right to intervene where parents do not wish this.

c) The child has the right to communicate with his or her parents whatever the situation.

d) Biological parenthood should be established at birth by way of DNA testing. For any DNA test all material evidence and records should be destroyed immediately the conclusion of parenthood (or non-parenthood) is reached.

2. Elective contracts between parents

a) Parents will be able to sign legally valid contracts which may vary their individual rights in regard to their children, eg: in the case of a family split they may agree to make a non-equal division of time and salaries if both so wish, or incorporate clauses involving spousal maintenance. The governments bureaucracies involved in these areas are charged with creating suitable blank contracts and formulae in order to simplify the choices involved and the cost of such procedures.

b) Parents will have access to advice and structured agreements (contracts) which will in all cases, be it via mediation or judicial intervention, stand as valid instruments permitting the formalisation of such methods as division of residential time, etc.

3. Respect for the individual freedom of action of each parent

a) ... will not be modified, except by the minimum requirements of parental cooperation.

b) Geographical dislocation: where one or both parents wishes to move somewhere far away, leading to potential problems of contact, transport costs and disruption to children, may require outside authorities to make decisions affecting the quantities of time spent with each parent. This is because the free adult choice of where to live may be in conflict with the compromises necessary to ensure parental residence. Decisions thus arrived at must take into account all factors, including the need to find a job by moving for instance, and the need to respect adult choices and decisions. Assumptions based on the dogma of stable residence should not be made.

4. Adoptive parents, extended family and significant others

Children should have the right of access to and information from members of the extended family on both sides and vice versa. The residential parent at any given time should have the right of final decision over children's contact with other parties excepting extended family, parents and adoptive parents. The child retains the right to know both natural parents, of both receiving and sending communications to them, with proof that this has arrived.

5. The Politico-legal Context

a) The politico-legal context within which family and gender issues are decided must be clear and fair between the sexes, with neither positive or negative discrimination. Relationships between men, women and children will be treated in such a way as to preclude the development of group competition and polarity between them. There should be no presumption that one group's needs override the interests of others.

b) The interests of the child are defined by parents, together. In the case of separation they are to be defined by each parent in their residential time with the child. Only in the case where clear abuse against the child is established may other parties or public bodies acquire the right to override parental decisions in this repect. In all other cases, their decision-making power should be limited to the ability to offer help and support to families in need.

6. Equality at work

a) Both sexes should have equal right to parental leave from work.

b) Work structures should be planned so that both parents are able to participate as fully as possible in the life of their children.

c) This indisputably requires the restructuring of employment so that in many ways it reflects the work patterns of primary and secondary school teachers. This proposal is made, of course, within the context of a global reduction in the requirements for workers and in the light of general awareness of the need to enrich the emotional and functional links between the generations.

7. Mediation, Judicial Discretion and Involvement of Professional Third Parties

a) Mediated cooperation through professional third parties may be preferable where children's welfare requires it. Residence should not be dependent on the assessment by professionals of parental cooperation or non-cooperation.

b) Certain decisions require joint consent. Structures should be put in place to enable this, whether through third parties or directly. Examples of such decisions: vaccinations (medical care), choice of school, residence timetables, etc.

c) Only in the case that parents are not able to arrive at a mutual agreement will the intervention of mediators in the first instance and of the court as a final resort become necessary.

d) In cases where parents simply do not or cannot reach agreement, either directly or through mediation, judges will have to make the decisions for them. This does not imply that these outside authorities have the right to decide the quantities of parental time, but only the distribution of the quantities of time agreed by both parents or the default of 50 / 50.

e) Justice should not only be done but be seen to be done. In camara proceedings should be avoided wherever possible. Where it is deemed necessary or desirable to protect the identity / ies of the parties, records of the proceedings and justification for the decision should be made publicly available. In order to achieve this, proper stenographed records of all proceedings must be kept.

f) Mediation should be available before, during and after divorce / separation. Mediation must be independent from the courts. It must always be a free public service, optional and gender neutral. Courts should respect mediation agreements and mediation intervention.



8. Finances

a) If parents are financially capable, each parent is to be held financially responsible for half the costs of childcare. This cost may be pre-determined on the basis of minimum child maintenance and childcare costs, which will be the responsibility of parents in the first instance, and of the state or other responsible bodies where parents do not or cannot fulfill their obligations.

b) Any other agreements or contracts between the parents regarding financial maintenance and other childcare issues may be freely entered into by mutual accord between both parents. That is to say, both parents can mutually sign legally valid contracts varying their basic rights, for example, by giving more or less rights to money or residential time to one or the other parent.

9. Child abuse

i) cruelty; ii) negligence; iii) violence; iv) sexual abuse should be dealt with under the relevant criminal law, not the laws of residence and equal parenthood. The presumption of innocence until proven guilty should apply in all cases except those at b) below.

a) Evaluation of child abuse should be without prejudice. The four types of abuse will have no order of priority in judicial decisions. Unless accusations are of such gravity that they affect the immediater safety of the child, no decision to suspend residence with either parent should be made.

b) Where accusations exist and residence has been suspended, immediate provisonal investigation to assess dangers of residence should take place, with a maximum of a two weeks' delay permitted before 50 / 50 or other agreed double residence is restored. Separation should not be used as an opportunity for revising the residence rights to one of the parents.

c) False accusations of perjury should be severely dealt with under the criminal law.

d) As parental alienation damages the child-parent relationship, it is detrimental to the best interests of the child, and should be viewed as a form of child abuse. Actions by state authorities which damage child-parent relationships should also be viewed as a form of child abuse and carry corresponding penalties.

10. Cases which do not concern equal parenthood

EP does not directly address cases where one or both parents refuse or cannot take up their parental responsibilities in respect of their children, to care for and maintain them. It only addresses those cases where both parents want to look after and be responsible for both of their children. Within EP it is recongnised that to force a parent to look after their child physically when they state they do not wish to is probably inadvisable. However, given that financial obligations to care for the child exist, the need to provide care for the child are available, either through the aprents or the state. Equal, child abuse is under EP, regarded as a distinct and separate question.



Definitions



Parents

... are defined as the biological parents or in the case of severe abuse by biological parents or where children are orphaned, the adoptive parents.

Child

... is taken to mean a human being from birth to the age of emancipation or majority, whichever is the lower.

Family

...is a child and it's biological or adoptive parents.

Extended Family

... are the blood relatives of the child or his or her adoptive parents.

Clarification:

Each part of this declaration is integral to the whole and cannot be applied outside the context of the other clauses.


Signed on Friday 30 July 1999 by:

Signature Name in block letters Organisation Country

Julian Fitzgerald
Joep Zander
Gerhard Hanenkamp
George Brito
Ipe Smit
Mary T Cleary
Antonio M. Diaz
partly on behalf of others and organisations

Friday 30 July 1999



Subsequent Signatories should date their adherence to this Declaration and then add any reservations or recommendations they may wish to include, specifying if these are for local or universal application. This declaration is subject to ratification at an international family conference to be held in Ireland in August 2000.




site-zoekmachine home en inhoudsopgave site het zál vaders een zorg zijn home colofon- tips & citaat- mail- links dossier stalking dossier beeld en geluid; klik voor index dossier repressie familierecht; klik voor index dossier ouderverstoting dossier kinderbescherming dossier wetenschap en vaderschap dossier rechterlijke macht
Last Updated http://vaderseenzorg.nl/langeac.html : zie ook de andere pagina's