ontvoering- beeld Joep Zander Het zál vaders een zorg zijnMoeders "vluchten"
vaders "ontvoeren"

papa.nl.nu-dossier

index subdossier kinderontvoeringen (dossier vaders daders)

  • ongelijke beoordeling van kinderontvoerders. Artikel van Altena 2010
  • Steun voor vader Sara en Ammar
  • ook onttrekken aan omgang kan worden vervolgd omdat het ontvoering is
  • artikel van Wim Orbons en Rob van Altena 2007
  • zeven internationale kinderontvoeringen op een rij
  • internationale case Nederland-Egypte
  • zie de aankondiging van de demonstratie in den Haag 22-3-01
  • de zaak kluitenberg 1999 als een moeder de kinderen ontvoert verliest vader het gezag
  • moeders ontvoeren vaker dan vaders -Trouw 2006-

  • Ongelijke beoordeling (m/v) van kinderontvoerders

    Volgens recent onderzoek zou wel 86 procent van de kinderontvoeringen worden begaan door de eigen moeder (Trouw, 10 februari). Dat roept opnieuw de vraag op waarom er zo geheel verschillend gereageerd wordt op kinderontvoering door de moeder resp. de vader.

    In 1980, toen het Haags Kinderontvoeringsverdrag tot stand kwam, hadden vaders na scheiding geen gezag (meer) over hun kind en daardoor viel het naar een ander land meenemen door de gescheiden moeder toen niet onder dat Verdrag. Alleen als vader zoiets deed heette het ontvoeren en crimineel, als moeder hetzelfde deed heette het gewoon meenemen.

    Dat veranderde op slag in 1998 met de wet op het gezamenlijk ouderlijk gezag na scheiding. Nu bleven ook vaders gezagouder waardoor ook gescheiden moeders voortaan onder toepassing van het Haags Verdrag vielen. Die nieuwe gelijkwaardigheid (v/m) heeft tot aanpassingsmoeilijkheden geleid: ''Verdrag maakt van moeder ontvoerder" kopte NRC/Handelsblad (27 sept. 2008). Nee natuurlijk niet: alleen het ontvoeren maakt een moeder tot ontvoerder en dat niet sinds het Haags Verdrag maar sinds de emancipatie van de gescheiden vader in 1998.

    Een breed offensief tegen het Haags Verdrag - dat voordien louter geprezen werd - is in 2002 ingezet met een rapport van de Stichting De Ombudsman (niet te verwarren met de nationale ombudsman) te Hilversum. Die stichting behoort tot de PvdA-familie en werd landelijk bekend door de VARA-tv ombudsmannen Frits Bom en Marcel van Dam. Genoemd rapport beschreef zeven zaken van Nederlandse moeders die getrouwd in het buitenland woonden en na mislukking van het huwelijk met de kinderen naar Nederland terugkwamen omdat "zij zich in het buitenland niet zelfstandig met kinderen kunnen of willen redden". Het rapport vond dat zij daarin vrij zouden moeten zijn en omschreef de moeders als de verzorgende ouders. Onder de voorbeelden waren ook grotere kinderen die nooit in Nederland gewoond hadden. "Vooral voor kleine kinderen is de aanwezigheid van de verzorgende ouder veel belangrijker dan terugkeer naar een bepaald land”. Maar dat is de tegenstelling niet: ook in het andere land zouden de kinderen na scheiding immers bij de verzorgende ouder blijven wonen. De strekking van het feministische rapport is dat het begrip ontvoering niet zou moeten gelden voor moeders.

    Dat ligt ook in de lijn van het Openbaar Ministerie (OM) dat als vanouds klachten over ontvoerende moeders standaard afwijst als zijnde 'civiele zaken' terwijl ontvoerende vaders wel onder het strafrecht vallen. Zo zit de Frans-Algerijn Hadi Deliba al een jaar of tien in Nederland vast wegens ontvoering en ontvoerd houden, terwijl het zwaarst bekende vonnis tegen een moeder (de niet-verzorgende ouder Marjorie D. die haar zoontje uit Spanje ontvoerde en drie jaar in Nederland ondergedoken hield) enkele maanden voorwaardelijk bedroeg. Geen wonder dat 86% van de ontvoeringen door moeders begaan worden.

    De Tweede Kamer vertoont opvallend zwenkend gedrag al naar gelang welke ontvoeringszaak net in de schijnwerpers staat. Is dat een ontvoering door een moeder dan wordt er aangedrongen op verzachting van het Haags Verdrag, als wat later weer eens een vader het gedaan heeft dan moet alles tegen hem worden ingezet en hetzelfde Verdrag juist aangescherpt. Enkele markante voorbeelden: Moeder. Met kerstmis 1998 kwam de Amerikaan Les F. met zijn Nederlandse vrouw en drie grotere kinderen naar Nederland voor vakantie. Op de dag voor de terugreis deelde zijn vrouw hem mede dat zij wilde scheiden en met de kinderen in Nederland blijven. Blijkbaar had de man toen meteen moeten terugzeggen dat de kinderen de volgende dag met hem mee naar Amerika moesten anders gold hun blijven niet meer als achterhouden in de zin van het Haags Verdrag. Toen hij kort daarna, na raadplegen van zijn advocaat, vanuit Amerika toepassing van dat Verdrag eiste, was dat volgens het gerechtshof Den Bosch te laat. Niettemin had de moeder in eerste instantie bij de rechtbank Breda ongelijk gekregen waarop zij met de kinderen een paar maanden had ‘moeten' onderduiken. Naar aanleiding van dat laatste vroegen de fractievoorzitters Verhagen en Dittrich in de Tweede Kamer versoepeling van het Haags Verdrag: "de huidige regeling is te knellend”.

    Vader. Bepaald tegengesteld waren de reacties op de ontvoering van Sarah en Ammar door hun Syrische vader in augustus 2004. Zoals bekend was er een aangestuurde taxirit van de kinderen ('vlucht') naar de Nederlandse Ambassade in Damascus, waar zij toen zeven maanden verbleven. Eind 2006 stond de Syrische vader hen toe vandaar naar Nederland terug te keren onder schriftelijke toezegging dat hijzelf niet opgesloten zou worden als hij hen in Nederland zou bezoeken. Toch begon het OM de vervolging alvast voor te bereiden, de civiele rechter was het OM nog voor en schrapte vaders gezag en bezoekrecht. Met deze zaak voor ogen had het Kamerlid Anja Timmer (PvdA) ondertussen al een initiatiefwet ingediend om de maximumstraf voor ontvoering op te trekken van 7 naar 9 jaar en ook het voorbereiden van ontvoering strafbaar te stellen. Haar voorstel is op de lange baan geschoven maar nooit ingetrokken.

    Moeder. Een ontvoerende moeder was dan weer de Canadese Lalena L. die 11 jaar lang getrouwd in Nederland woonde en in oktober 2005 met haar drie Nederlandse kinderen op een vliegtuig stapte om hun leven in Canada voort te zetten. Volgens haar had haar Nederlandse man daarmee ingestemd, volgens hem wist hij niet beter of zij gingen met vakantie. Terwijl deze zaak zich door de Canadese rechtspraak voortsleepte kwam op grond van een Kamermotie in juni 2006 in Hilversum het zwaar gesubsidieerde Centrum Internationale Kinderontvoering tot stand. Dat Centrum is niet anders dan een gespecialiseerde afdeling van de al genoemde Stichting De Ombudsman en werkt op basis van het feministische Ombudsman-rapport uit 2002, zodat het ondanks de neutrale benaming niet als een onafhankelijk kenniscentrum kan worden beschouwd. Directeur Els Prins is ook directeur van de Stichting De Ombudsman. In het eerste jaarverslag werd ook het standpunt van de Canadese Lalena L. kritiekloos overgenomen. Meteen nadat deze door de Canadese rechter aangezegd kreeg de kinderen naar Nederland te laten teruggaan, stelde het Kamerlid Teeven (VVD) op 31 januari 2007 onder verwijzing naar de Stichting De Ombudsman vragen aan de minister omdat een "legalistische" uitleg van het Haags Verdrag niet in het belang van de kinderen zou zijn. De crimefighter Teeven komt van het vrouwvriendelijke OM maar zelfs dan is deze opstelling onbegrijpelijk: waarom zou het niet in het belang zijn van Nederlandse kinderen die uitsluitend in Nederland waren opgegroeid (de oudste had hier de basisschool al doorlopen) om in Nederland te blijven? Omdat moeder liever in Canada woonde?

    Moeder. Nog veel meer emoties kwamen los toen Margot B. met de in Australië opgegroeide dochter van acht in april 2007 naar Nederland terugkeerde en de Australische vader een verzoek tot teruggeleiding indiende dat betwist werd omdat hij eerder met hun vertrek zou hebben ingestemd. Om dat twistpunt gaat het hier niet, wel om de reacties. Zo sneed de burgemeester van haar woongemeente een felicitatietaart aan met de woorden dat "moeder en kind in principe nooit van elkaar gescheiden mogen worden" en werd B. door een gerechtshof aangemerkt als de 'verzorgende ouder' terwijl zij toch altijd in haar beroep gewerkt had en dat alleen een jaar had opgeschort om zich op haar proces te concentreren. De Tweede Kamer was nu helemaal ontketend: in november 2008 werden zes moties aangenomen, vooral om ontvoerende moeders te steunen, de meest verstrekkende die van Khadija Arib (PvdA) - die van zichzelf bericht dat zij als sterke vrouw gelijktijdig kon werken, studeren en drie kinderen opvoeden. Haar motie verzoekt de regering het Haags Verdrag niet toe te passen wanneer dat niet in het belang van het kind is (zulks gezien als wonen bij de moeder). De actieve Teeven stelde in februari en maart 2009 opnieuw Kamervragen, met name over het vooraf afspreken van een omgangsregeling tussen het teruggeleide kind en de ouder die achterblijft. Op zich prima, maar wel met verwijzing naar twee gevallen van achtergebleven moeders, niet naar b.v. de achtergebleven Syrische vader. Vader. De jongste nationaal bekend geworden ontvoering, door de Nederlandse Amerikaan Paul L. in mei 2009 uit Ede, riep dan juist weer verontwaardiging over de daad op. Cörüz (CDA) eist in Kamervragen strikte toepassing van het Haags Verdrag! Slachtofferhulp ontfermt zich over de Oekrainse moeder, een steuncomité zamelt geld in. Els Prins: "Ontvoeren kan echt niet".

    De gelijkheid van vader en moeder voor het Haags verdrag heeft het nog maar moeilijk, de moeder wordt als vanzelfsprekend als de betere ouder gezien. Maar zijn kinderen werkelijk beter af bij hun gescheiden moeder? Over zowat alles zijn statistieken voorhanden maar juist aan deze heikele vraag lijken CBS en WODC zich niet te wagen. Toch is er hier en daar (bv. in het onderzoek door Borgers, Dronkers en van Praag, 1994) uitgekomen dat het gezin met gescheiden alleenstaande moeder nu juist het slechtste gezinstype zou zijn om in op te groeien. Het vadergezin doet het stukken beter, bijna zo goed als het beste gezinstype: dat met ouders die bij elkaar blijven.

    Rob van Altena is voormalig leraar en juridisch publicist.


    Zeven internationale kinderontvoeringen

    Een bijdrage van onze redacteur Rob van Altena


    Eens waren kinderontvoerders per definitie vaders, vaak vaders uit Zuidelijke landen. Als hun huwelijk met een Westeuropese vrouw gestrand was en zij vaak niet eens bezoekrecht kregen, stelden zij hun vaderschap veilig door er met het kind, waar ook zij zielsveel van hielden, vandoor te gaan naar hun land van herkomst.

    "Ontvoering" heet dat: hetzelfde woord dat ook gebruikt wordt als gangsters iemand kidnappen om zijn familie kapitalen af te persen. Zo werden vaders die hun kind niet wilden missen in beeld gebracht als harteloze bandieten die een kind in de achterbak van hun auto donderen en ermee wegscheuren naar een armoeland. Terwijl, zoals het axioma luidt, een kind nu juist ab-so-luut nooit uit zijn vertrouwde omgeving mag worden weggerukt.

    Een axioma dat alleen voor gescheiden vaders geldt want ongescheiden ouders of gescheiden moeders verhuizen dagelijks massaal van hot naar haar en rukken daarbij kinderen uit hun vertrouwde omgeving zonder dat het zelfs maar iemand lijkt op te vallen.

    Zo kwam het dus tot de Europese Conventie van Luxemburg (20 mei l980) en het Verdrag van Den Haag (25 oktober l980), het laatste in hoofdzaak geldig voor landen van de Europese Unie, het eerste ook voor Westerse landen als Israel, Amerika, Canada, Australie enz.

    Als een ouder in een van de aangesloten landen het gezag over een kind heeft, dan is dat gezag volgens deze verdragen ook in de andere landen geldig. Zonder toestemming van de gezagouder(s) mag niemand met een kind naar een ander land reizen of het na een toegestane reis in dat land achterhouden. Gebeurt dat toch dan moet het betreffende land het kind naar de gezagouder terugbrengen zodra die daarom verzoekt. Verantwoordelijk daarvoor is een bijzonder orgaan (de Centrale Autoriteit) van de Ministeries van Justitie, dat de betreffende zaken dan aan de rechter voorlegt die krachtens de verdragen moet beslissen. Wel staat in de verdragen een uitzonderingsclausule (Lux. art. l0, Den Haag art. l2) dat een kind niet terughoeft wanneer er langer dan een jaar is verstreken en aangetoond wordt dat het inmiddels in zijn nieuwe omgeving "geworteld is".

    Met het bestraffen van de ontvoerder houden de verdragen zich niet op maar de straf voor het onttrekken van kinderen aan het ouderlijk gezag is in diezelfde tijd sterk opgetrokken: in Nederland nu maximaal negen jaar gevang, ook voor een ouder.

    Hoe werkt dat nu in de praktijk? Verhelderend is een meervoudige ontvoeringszaak die in de jaren tachtig sterk in de media kwam(l): de Belgische Patsy H. woont getrouwd in Israel met de Israeli Chaim J. en hun drie jonge kinderen. Moeder verlaat Israel tegen de wil van vader en smokkelt met valse papieren de kinderen mee. Ontvoering? Men vindt van niet en zij krijgt in Belgie echtscheiding en de kinderen. De vader pikt dat niet en ontvoert op zijn beurt de kinderen uit Belgie naar Amerika. Na een goed jaar wordt hij gepakt en aan Belgie uitgeleverd: omdat hij niet wil zeggen waar de kinderen zitten, blijft hij zes jaar lang gegijzeld. Onderwijl groeien de kinderen op in een orthodox Joods gezin in New York. Na zeven jaar worden zij toch gevonden, uit hun vertrouwde omgeving gerukt en aan hun Franstalige moeder uitgeleverd die ondertussen een tweede gezin had gesticht. De Joodse kinderen waren toen al l6, l5 en l3 jaar en spraken maar weinig Frans. "Ja, zij moeten zich nu aanpassen", wist hun katholieke moeder nog te melden.

    De terugbrengingsverdragen zijn in l980 geheel opgezet tegen ontvoerende vaders (de "criminelen"). Maar nu moeders steeds vaker hetzelfde doen blijken rechterlijke instellingen er niks voor te voelen ook hen als criminelen te zien en de verdragen en straffen ook op hen toe te passen. Opvallend veel voorbeelden van deze juridische discriminatie zijn het afgelopen jaar in de media gekomen:

    Uit Nederland ontvoerd door de vader:

    Denise F., meisje van 7 jaar. Nederlandse moeder en Turkse vader (die ongetrouwd samenwoonden). Groeide op in Nederland. Moeder alleen het ouderlijk gezag. Toegegeven sexmisbruik door kennis van moeder. Daarom en omdat moeder haar geslagen zou hebben, ontvoerde vader zijn dochtertje naar Turkije waar hij het heeft erkend en zij nu zijn achternaam draagt. Vader heeft daar ook het ouderlijk gezag aangevraagd. Turkije heeft de terugbrengingsverdragen (nog) niet bekrachtigd. Officier en hoofdofficier van van justitie wilden hem niet vervolgen maar na beklagzitting stelt advocaat-generaal in Den Haag tegen de vader strafvervolging in: "De rechtsorde is geschokt door dit ernstige feit". Een jaar gevangenisstraf.

    Uit Nederland ontvoerd door de vader:

    Hanza, jongetje van 2 jaar. Nederlandse moeder en Algerijnse vader (die nooit samengewoond hebben). Vader ontvoert het jongetje naar Algerije maar wordt zelf later opgepakt. Algerijnse autoriteiten werken niet mee. Vader wil niet zeggen waar het kind is en krijgt van rechtbank Assen daarvoor een jaar gijzeling plus voor de ontvoering vier jaar gevangenisstraf.

    Uit Nederland ontvoerd door de moeder:

    Arielle en Nadine K., meisjes van 10 en 7 jaar. Moeder laat gezin de steek, kinderen daarom aan vader toegewezen, ook in beroep. Moeder en nieuwe partner ontvoeren hen daarop naar Indonesie (geen ondertekenaar van de terugbrengingsverdragen). Officier van justitie stelt wel vervolging in maar wil moeder niet op internationale opsporingslijst zetten: "de moeder zou wel eens in een Indonesische gevangenis kunnen komen en dat is slecht voor de kinderen". Vader dient beklag in bij hoofdofficier van justitie, die daarover doodleuk geen uitspraak doet. Om uitspraak af te dwingen voert vader kort geding tegen Staat der Nederlanden, dat hij verliest. Moeder terug naar Nederland om via OM Den Bosch overeenkomst uit te onderhandelen: kinderen blijven bij haar(!), vader omgangsrecht. Officier van justitie: "lopende strafklacht wordt niet uitgevoerd zolang de kinderen bij moeder zijn"... "strafvervolging moet niet dienen om een civiele zaak op te lossen". Meer over de zaak kluitenberg 1999 als een moeder de kinderen ontvoert verliest vader het gezag

    In Nederland achtergehouden door de moeder:

    Shanna, Michael en Connor F., 8 en 6 jaar. Ierse vader en Nederlandse moeder. Gezin woonde l5 jaar in de Verenigde Staten. Tijdens vakantie in Nederland verklaarde moeder met de kinderen in Nederland te willen blijven. Vader (Les F.) eiste, terug in Amerika, toepassing van het terugbrengingsverdrag. Moeder (Jeanine H.) werd naar New York gedagvaard maar nam de kinderen niet mee waarop Amerikaanse rechter haar paspoort in beslag nam. Moeder kreeg op Nederlands consulaat meteen vervangend document om Amerika ijlings weer te kunnen verlaten. Rechtbank in Breda vonniste dat de kinderen naar Amerika terug moesten. Moeder ging in beroep, dook ondertussen met de kinderen onder bij steeds andere kennissen. Later via OM Den Bosch overeenkomst dat zij vrij op de beroepszitting kon verschijnen, vader daarvoor in ruil dan beschermd omgangsrecht. Ter zitting verklaarden enkele zussen en vriendinnen van de moeder achter gesloten deuren dat vader het er in eerste instantie mee eens was geweest dat moeder in Nederland zou blijven om daar te scheiden en er met de kinderen te wonen. Vader ontkent dat. Hof den Bosch (president mr. M. Koens) oordeelt dat vader niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij de kinderen meteen wilde meenemen zodat de kinderen niet ongeoorloofd in Nederland zijn achtergehouden. Daartegen is cassatie aangetekend maar daar zal vader niet wijzer van worden: als hij wint moet de zaak terug naar een ander gerechtshof en tegen die tijd zijn de kinderen al een jaar in Nederland en dus naar het oordeel van de rechtspraak 'geworteld' (zie volgende zaak).

    Naar Nederland ontvoerd door de moeder:

    Joyce D., meisje van 5 jaar. Belgisch gezin. Ouders uit elkaar. Moeders nieuwe Nederlandse vriend is gewelddadig, daarom vader voorlopig zorg en gezag. Moeder ontvoert kind naar Nederland. Vader doet op tijd aangifte maar zijn Belgische advocaat en het Belgische Openbaar Ministerie talmen met hun beroep op het terugbrengingsverdrag. Kinderrechter te Rotterdam weigert op advies van de Kinderbescherming terugbrenging naar Belgie omdat ondertussen meer dan een jaar verstreken is en het kindje nu in Nederland 'geworteld'. Dit vonnis in beroep bevestigd door Gerechtshof Den Haag. Vader eerst nog een paar uur bezoekrecht per maand, maar wel met twee volwassenen erbij wegens gevaar dat hij(!) het meisje zal ontvoeren. Vader heeft nu helemaal geen contact meer met dochtertje, gelooft ook niet meer in een goede afloop. Bewaart wel alle papieren "voor als Joyce later misschien nog zou willen weten hoe het gebeurd is".

    Naar Nederland ontvoerd door de moeder:

    Ellen en Kirsten C., meisjes van 12 en 10 jaar. Canadese vader en Nederlandse moeder, gezin woonde in Canada. Na scheiding beschuldigde moeder vader van sexmisbruik en mishandeling: beschuldigingen vals bevonden en vader kreeg zorg over de kinderen. In l998 ontvoerde moeder hen naar Nederland en klaagde vader voor Hof Den Bosch opnieuw aan wegens sexmisbruik. Aanklacht opnieuw afgewezen maar moeder ter zitting (president mr. M. Koens) niet aangehouden hoewel internationaal opsporingsbevel liep. Moeder woont ergens in Nederland, illegaal maar ook niet gezocht. Canadese vader zoekt stad en land af naar de kinderen. Deze zaak kwam uitgebreid in TROS Vermist en in De Telegraaf en trok veel aandacht.

    Naar Nederland gehaald door de vader:

    Latoya R., l4 jaar. Geen ontvoeringszaak maar past toch in dit rijtje. Surinaamse ouders, gescheiden. Vader woont sindsdien in Nederland. Meisje bij haar moeder in Suriname. Toen moeder haar niet meer wilde hebben, haalde vader haar naar Nederland. Aanvraag verblijfsvergunning na twee jaar door rechtbank Haarlem geweigerd omdat dochter en vader geen gezin zouden vormen. Hoewel rechters inderdaad moeten oppassen voor "schijnvaders" die de strakke adoptieregels voor kinderen uit de derde wereld willen ontduiken door te beweren dat zij de vader zijn, was daar hier geen sprake van. Algemene publieke verontwaardiging, burgemeester van de plaats van inwoning (Edam) gaf politie zelfs instructie het vonnis te negeren. Door gedoogmaatregel van de staatssecretaris kon het meisje toch bij haar vader blijven.

    Het komt ook voor dat kinderen die door de moeder ontvoerd zijn, door ingrijpen van de autoriteiten naar de vader worden teruggebracht. Maar meestal heerst op dit gebied discriminatie. Als vader ontvoert wordt de letterlijke tekst van de wet tegen hem ingezet, als moeder ontvoert wordt er meestal wel een manier gevonden om haar uit de wind te zetten. Niet wet en verdragen staan dan voorop maar het gevoel dat een moeder nu eenmaal niet zoiets afstotelijks als een 'ontvoerster' is en dat men haar trouwens ook de vrijheid niet kan ontnemen op elk ogenblik van haar leven een heel nieuwe start te maken, ook als dat betekent dat zij met in het buitenland geboren en getogen kinderen in Nederland wil komen wonen. Dan zwijgt men stil over het belang van de kinderen en waar die geworteld waren.

    Aan de vader die al een hele tijd zijn kinderen mist en niet meer weet waar hij het zoeken moet, kan dan door een rechterlijke instelling onderhands een beschermd bezoekrecht worden beloofd als hij in ruil daarvoor afstand doet van zijn zorgrecht en de media erbuiten houdt. Als vader aarzelt zijn rechten prijs te geven in ruil voor een schamel bezoekrecht dat niet eens echt beschermd wordt (men wil moeder immers toch niet straffen en zulke moeders speculeren daarop) dan geeft zijn eigen advocaat hem nog wel een duwtje in de gewenste richting. En staat die stijfkoppige vader ook dan nog op zijn recht, dan kan de rechtspraak altijd nog vindingrijk worden. Zo vond - zoals gezegd - het Hof in de zaak Fleming/Heeren (president mr. M.Koens) dat vader niet aannemelijk had gemaakt dat hij de kinderen meteen weer naar hun woonplaats in het buitenland had willen meenemen. Behalve dat aan vader (die niet vrij kon handelen en zich temidden van familie van de moeder bevond) hier een onvervulbare eis wordt gesteld, maakt het criterium ook een gelegenheidsindruk. Verliest een gezagouder het recht de kinderen teruggebracht te krijgen als hij dat recht niet meteen heeft opgeeist maar pas nadat hij in eigen land een advocaat geraadpleegd had? In de terugbrengingsverdragen is daar niets van te vinden. Men meet hier ook met twee maten. Hoe vaak gebeurt het immers niet dat ouders in het begin van hun echtscheidingsgebeuren, als er over en weer nog een zekere plooibaarheid is, samen een soort co-ouderschap afspreken wat dan later, als de advocatuur erbijkomt en hen tegen elkaar opstookt, weer van tafel wordt geveegd en door een minimaal omgangsrechtje vervangen. Nooit gehoord dat de moeder dan door de eerdere co-ouderschapsafspraak haar 'juridische mogelijkheid' tot alleenzorg verspeeld zou hebben. Ook reeds ondertekende convenanten van co-ouderschap telden dan niet meer mee in den Bosch! Voorbeelden genoeg.

    Doen wij de rechterlijke instellingen recht met bovenstaande zes voorbeelden? Zijn die representatief voor de manier waarop de naar schatting l00 gevallen van kinderontvoering per jaar (in Nederland) worden afgehandeld? Wij denken van wel.

    De wetgever

    Sterker nog: de discriminatie in de rechtspraak werkt door naar de wetgever. Want naar aanleiding van het onderduiken van moeder Jeanine H. hebben twee leden van de tweede kamer (Verhagen en Dittrich) nu een wetsversoepeling voorgesteld: de huidige regeling dat kinderen na een rechtbankvonnis eventueel meteen terug moeten naar het land waar zij vandaan kwamen, is te "knellend"...

    Wat krijgen we nou? Die verdragen moesten toch juist zo knellend zijn om kinderen pijlsnel naar hun land van herkomst te kunnen terugbrengen? Kinderen moeten toch linea recta terug naar hun vertrouwde omgeving? De verdragen konden toch juist niet knellend genoeg zijn? Ja inderdaad maar toen waren ze tegen die criminele vaders gedacht, begrijpt u wel. En nu ze vaker moeders blijken te treffen (wat men niet heeft zien aankomen en wat nooit de bedoeling is geweest) knellen ze de ontvoerende moeders te veel.

    Nog leuker is dat Boris Dittrich op dit ogenblik ook mede-indiener is van het Initiatiefvoorstel inzake strafbaarstelling belaging (= wetsvoorstel anti-stalking). Op dat punt moet de wet volgens hem juist weer meer gaan knellen: straffen tot maximaal drie jaar. Die stalkers zijn dan ook vooral mannen (denkt Boris). Dus knellen maar.

    En als achteraf blijkt dat er ook veel vrouwen belagen (= stalken), hoe moet dat dan? Nou ja, dan wordt er voor hen wel een praktische oplossing gevonden, net als voor moeders die ontvoeren.

    De sociale voorzieningen

    Bij al deze discriminatie wil ook de Sociale Verzekeringsbank niet achterblijven: Bert K., die door ontvoering de kinderen kwijt is, moet alle sindsdien ten onrechte ontvangen kinderbijslag nu aan de SVB terugbetalen (plus boete) terwijl bij Janneke M., die door ontvoering de kinderen kwijt is, de kinderbijslag alleen is stopgezet. Terugbetalen hoeft zij niet.

    (l) Patsy Heymans en William en Marilyn Hoffer, Ontvoerd!

    Nederlandse uitg. Kritak, Leuven, omstreeks l993.

    Rob van Altena


    site-zoekmachine home en inhoudsopgave site het zál vaders een zorg zijn colofon- tips & citaat- mail- links dossier stalking dossier beeld en geluid; klik voor index dossier repressie familierecht; klik voor index dossier ouderverstoting dossier kinderbescherming dossier wetenschap en vaderschap dossier rechterlijke macht dossier feminismekritiek
    Last Updated http://vaderseenzorg.nl/ontvoeringen.html : zie ook de andere pagina's