Vaderinstinct; een lang beloofde recensie van een spraakmakend boek Het zál vaders een zorg zijn

"Het vaderinstinct"


Boekbesprekingen door Rob van Altena, d.d. 2-9-1997,

Adrienne Burgess,
Het vaderinstinct (vertaling van Fatherhood Reclaimed), Amsterdam, Podium, 1997. ISBN 90 5759 001 8
Vincent Duindam,
Zorgende vaders. Amsterdam, van Gennep, 1997. ISBN 90 5155 130 0


Zorgende vaders zijn vaders die ongeveer evenveel als de moeders (soms ook meer dan zij) voor kinderen en huishouding zorgen. Deze groep staat de laatste tijd nogal in de aandacht, ook wel onder de modenaam 'nieuwe vaders'.
Voor het doel van de Dwaze Vaders: échte gelijkheid van beide ouders na de scheiding, doet de taakverdeling tijdens het huwelijk er weinig toe want werken voor geld is net zo onontbeerlijk als zorgen in huis. Toch is het verschijnsel zorgende vaders ook voor ons van belang.
'Het vaderinstinct' (niet zo'n goede vertaaltitel), geschreven door een Britse onderzoekster en journaliste, is een verhelderend boek met veel gegevens. Sommige daarvan zijn ontleend aan eerdere boekwerken (b.v. van Badinter en Delumeau & Roche) waarin al was aangetoond dat er altijd in de geschiedenis zorgende vaders geweest zijn. De modeterm "nieuwe vaders" is dan ook onzin. Ook het beeld dat mannen van oudsher de potentaat van het gezin geweest zouden zijn, is vals. Op 15de en 16de eeuwse prenten ziet men vaders die kinderen hun schone luier aandoen. Geleidelijk aan verdwijnt dat beeld en in Jean-Jacques Rousseau's invloedrijke boek Emile (1762) is de vader de figuur geworden die met koel verstand de grote lijnen regelt terwijl de moeder de praktische zorg verstrekt. Maar juist door deze taakverdeling begint het vaderbeeld in de daaropvolgende eeuwen steeds meer af te takelen ("van God naar griezel"). "Langzaam maar zeker wordt de vermeende rationaliteit van mannen als argument aangevoerd om hun een nauwe betrokkenheid bij hun kinderen te ontzeggen". Met de opkomst van fabrieken en werkplaatsen wordt de vader ook steeds meer tot de afwezige. "Als een vader eenmaal afstand nam van het gezinsleven dan was hij niet langer pater familias maar homo laboriosus". In onze eeuw is het laatste restant van de positieve vaderfiguur nog de speelse vader die bij de jonge kinderen populair is omdat hij bij thuiskomst de sfeer in huis verlevendigt. Maar dit soort populariteit blijkt niet duurzaam: oudere kinderen generen er zich soms achteraf voor. En zo blijft er van de vader op afstand niet veel meer over dan het valse beeld van de bullebak en/of kinderverkrachter, dat de schrijfster overigens met vaste hand doorprikt.
Al meer dan 150 jaar zijn kinderen inmiddels het domein van de vrouw. En hoe meer de moeders geïdealiseerd werden, des te noodzakelijker werd het hun negatieve kanten 'af te splitsen' en ergens anders onder te brengen. Dat leidde weer tot de opvatting dat alleen vrouwen onvoorwaardelijk recht hebben op een liefdevolle, intieme band met hun kinderen. Op duizenden verschillende manieren, die bij elkaar een soort 'culturele samenzwering tegen het vaderschap' vormen, worden Westerse vaders in een positie gemanoeuvreerd waarbij ze slechts zijdelings betrokken zijn bij het leven van hun kinderen. Dat begint trouwens al vr de geboorte. Zo nemen in Groot-Brittannië de meeste mannen niet eens welbewust de beslissing om vader te worden: meestal stopt de vrouw met haar voorzorgen zonder dat met de man te overleggen. Over eventuele abortus mag volgens de Britse wet sowieso alleen de vrouw beslissen. Ook daarna is het de 1 moeder die bepaalt in welke mate de vader bij de zorg voor zijn baby betrokken zal raken. Moeders fungeren als wachtposten bij de kinderen, zij kunnen de relatie tussen vader en kind maken of breken. Moeders hebben vaak de macht in handen.
Weliswaar zijn er ook vaders die zelf geen groter aandeel in de verzorging willen maar meestal worden vaders buitengesloten - door een soort 'moedermaffia', zoals de schrijfster het noemt. Volgens opiniepeilingen in de Verenigde Staten (Lamb en Oppenheim, 1989) wilden 60-80% van de moeders zelf niet dat de vaders actiever aan de opvoeding deelnamen. "Moeders zijn gewend aan een wereld zonder vaders. Zij hebben hun eigen wereld en kinderen vormen het toegangsbewijs tot die wereld". "In onze samenleving is het moeilijke bestaan van de alleenstaande moeder de gulden maatstaf geworden waartegen het vaderschap wordt afgezet; hiertegen moét het vaderschap het wel afleggen. " In Groot-Brittannië zijn er ongeveer 140.000 alleenstaande vaders die voor hun kinderen zorgen tegen acht keer zoveel alleenstaande moeders. Meer gelijkheid is er in Californië: bijna één op de drie echtscheidingskinderen woont daar bij de vader of afwisselend bij vader en moeder. Dat is het gevolg van de bekende wet die sinds 1979 in die staat bestaat en waarbij rechters de voorrang moeten geven aan een hoederegeling met zoveel mogelijk gelijkheid tussen moeder en vader.
In Europa zijn we zover nog lang niet. "Toch verzekeren rechters bij hoog en bij laag dat moeders in de rechtszaal niet voorgetrokken worden, zij wijzen erop dat ook vaders bij voogdijconflicten vrij regelmatig als winnaars uit de strijd komen. Maar daar gaat het niet om. Vaders die het aandurven zo'n proces aan te spannen, staan meestal sterk, de rest heeft zich al eerder teruggetrokken". Hoe dat in zijn werk gaat, is mooi naar voren gebracht in het Britse televisieprogramma A Bad Time to be a Man (1996): "Een actrice, die deed alsof ze wilde gaan scheiden en de voogdij over het kind wenste, bezocht vier advocaten. Ze vertelde hen dat ze sterk in haar beroep opging en dat haar partner het meeste voor het kind gezorgd had. Ook 'bekende' ze een buitenechtelijke relatie te hebben gehad. Tegelijkertijd bezocht een acteur, die de vader speelde, vier andere advocaten. Ook zijn verhaal kwam erop neer dat hij de meest verzorgende ouder was geweest, dat hij zijn vrouw trouw was gebleven en dat zij een verhouding met een ander had gehad. Alle advocaten adviseerden de vrouw om aanspraak te maken op de volledige zorg en ook werd gesuggereerd dat ze er goed aan zou doen het 'geweldargument' uit te spelen, al had ze zelf al duidelijk gezegd dat er van geweld geen sprake was geweest. De man werd echter verzekerd dat hij geen schijn van kans maakte om de voogdij over zijn kind te krijgen... "
Na de scheiding heeft de vader maar een schamel omgangsrecht en zelfs dat gaat vaak nog verloren. "Sommige vaders lijken zich erbij neergelegd te hebben dat de maatschappij hen als onbelangrijk en vervangbaar ziet." Daarbij komt de tegenwerking van moeders. Tegenover de onderzoekers Pearson en Thoennes (1988) en Gardner (1996) gaven 20-40% van de ondervraagde moeders openlijk toe het contact van het kind met de vader te belemmeren. "Moeders kunnen de relatie tussen vader en kind gemakkelijk ondermijnen door slechte eigenschappen van de vader te benadrukken (of ze te verzinnen)". "Het Britse Relate Centre for Family Research concludeerde na vijf jaar onderzoek dat het niet verwonderlijk was dat veel vaders het contact met hun kinderen verloren. Het was, gezien de opgeworpen moeilijkheden eerder te verbazen dat zoveel vaders nog wél contact met hun kinderen hadden." (B. Simpson c. s., Being There, Fathers after Divorce, 1995). Is er in Nederland trouwens al eens onafhankelijk sociologisch onderzoek verricht naar de vervreemding tussen vader en kind na de scheiding'? En zo nee, waarom dan in hemelsnaam niet?
De schrijfster pleit voor een totale opwaardering van het vaderschap. "Vrouwen zou een enorme uitdaging te wachten staan. Om de toepassing van het vaderschap te verruimen, is het van cruciaal belang dat er veel meer mannen gaan werken in onderwijs en welvaartszorg. Vrouwen zouden daardoor geconfronteerd worden met een verlies aan werkgelegenheid in de sectoren waarin zij momenteel de overhand hebben. Ook zouden zij vaders moeten gaan beschouwen als gelijkwaardige partners in het ouderschap".


Het boek Zorgende vaders is voortgekomen uit een onderzoek onder 182 Nederlandse mannen die zorg en huishouden vrijwel gelijk met hun vaste partner verdelen. Zij zijn gemiddeld 38,2 jaar en hun partners 36,6 jaar. 45% is getrouwd. Er zijn gemiddeld 1,9 kinderen van maximaal 6 jaar.
De mannen uit dit sympathieke en zorgvuldige onderzoek roemen vooral de goede band die ze met hun kinderen hebben: "Je doet een onuitwisbaar deel van de opvoeding van je kinderen. Zij zien dat ook zo. Dat vind ik het grootste voordeel. En de veelzijdigheid van het leven, die is veel groter dan toen ik full-time werkte. Er worden meer kwaliteiten in je aangesproken en dat vind ik aantrekkelijk. Ik zou andere vaders ook willen adviseren zich dit niet te laten ontnemen. Het gaat allemaal razendsnel en je kunt het nooit overdoen".
45% van de mannen zeiden dat zij eerst wel weerstand tegen huishoudelijk werk hadden moeten overwinnen: "Het is oervervelend, dom, saai werk. De sleur is om gek van te worden". Maar ja, het moet nu eenmaal gebeuren: "Even doorzetten, flink zijn, tanden op elkaar". Eén vader noemde een wezenlijker nadeel: "Ik vind de combinatie van werken en zorgen niet erg efficiënt. De traditionele verdeling dat de één zorgt en de ander werkt en dan maakt het niet uit wie er werkt - is veel efficiënter". Nee, het bedrijfsleven blijkt gemiddeld niet moeilijker over deeltijdarbeid te doen dan de overheid. Wel geldt de regel: hoe hoger de baan, des te moeilijker het is om deeltijd te krijgen.
78 % van de vaders heeft wel belemmeringen ervaren toen zij meer tijd vrij wilden maken voor kinderen en huishouden. Maar zij waren er vrijwel allemaal in geslaagd die belemmeringen te overwinnen. Ook zegt 67 % van de vaders dat hun betrokkenheid met het gezin afbreuk doet aan carrièremogelijkheden. Maar al te sterk betreuren zij dat niet. "Een zinvol en rijk leven", schrijft de auteur, "vooronderstelt naar mijn idee werk en liefde. Zorg en betaalde arbeid. Taken binnenshuis en taken buitenshuis".
Doodjammer dat Duindam zijn onderzoeksgroep vooral heeft samengesteld na een oproep in Opzij. In dit feministische maandblad mochten mannen jarenlang principieel niet eens aan het woord komen. Niet alleen wijkt de samenstelling van de vadergroep nu erg af van het Nederlands gemiddelde (75% van die vaders stemt links, 80% is hoog opgeleid en de meesten hebben een grote deeltijdbaan) maar zo wordt ook een cabareteske gedachtenassociatie opgeroepen dat zij (net als in Opzij) hun mond niet mogen opendoen en moe het thuis alleen voor het zeggen heeft. Twee op elke drie vaders geven ook op dat zij bij het kiezen voor de gelijke taakverdeling door hun partner gestimuleerd en gecoacht werden. "Er komt een beeld naar voren van krachtige partners", zegt het boek. Sommige academische critici vonden deze vadergroep daarom niet nornaal. Een journalist vond dat zij zich door hun vrouwen lieten chanteren.
Die kritiek is niet terecht omdat zij niet specifiek is voor zorgende vaders. Het is immers altijd primair de vrouw die kiest of zij voltijds of deeltijds of helemaal niet buitenshuis wil werken. En als een vrouw ervoor kiest uitsluitend huisvrouw te zijn (en dat komt ook nog steeds voor), dan moet haar man zich in zijn taakinvulling daar ook bij aanpassen.
En wat dat chanteren betreft: zolang rechters de kinderen bijna voorspelbaar aan de moeder toewijzen, is elke man in het huwelijk zo ongeveer chantabel in de mate waarin hij zijn kinderen niet wil missen. Door de samenstelling van de onderzoeksgroep zijn nu veelal ook die vaders buiten beeld gebleven die niet vanuit een vooropgezette opvatting tot (mee)zorgen zijn gekomen maar omdat zij het, eenmaal getrouwd, graag bleken te doen of omdat de situatie hen ertoe bracht. En vooral die laatsten zijn de zorgende vaders die er altijd al geweest zijn (zie ook het bovengenoemde boek van Burgess): zij werden werkloos of afgekeurd of hun vrouw ging er alleen vandoor of werd langdurig ziek of overleed. Het lijkt mij dat dit soort vaders, waarvan er best heel wat zijn, ook meer algemeen verspreid zijn over alle kringen van de bevolking. In de onderzochte groep zitten ook bijna geen gescheiden vaders. Komt het wanneer het delen van de dagelijkse zorg van tevoren puntje precies is afgesproken, minder vaak tot scheiding? Dat zou dan bepaald een pluspunt zijn om te onthouden. Toch is er zeker ook nog een andere reden: na de scheiding mogen vaders van de rechters bijna nooit voor hun kinderen zorgen, ook niet wanneer zij dat tijdens het huwelijk wel gedaan hadden. Gescheiden vaders zijn bijna per definitie geen zorgende vaders.
Over dat laatste punt wil de meevoelende Duindam (postbus 80140, 3508 TC Utrecht) graag meer gegevens hebben. Vaders die tijdens het huwelijk mede voor de kinderen gezorgd hebben en bij de scheiding toch afgedankt zijn, worden verzocht hun verhaal aan hem op te sturen.

Rob van Altena


© Rob v. Altena 1997.
Dit artikel mag alleen op ander plaatsen worden gebruikt met toestemming van de auteur. contact via de redactie.
home site het zál vaders een zorg zijn inhoudsopgave colofon tips & citaat mail links site zoekmachine en surftips


Last Updated http://vaderseenzorg.nl/vader.html : zie ook de andere pagina's