Klik hier voor welkomspagina Het zál vaders een zorg zijn
DOSSIER POLITIEK
wetsvoorstellen gelijkwaardig ouderschap

Staatscourant, nr. 37, pagina 8, Perspectief, dinsdag 22 februari 2005

Gescheiden vader geen tweederangs ouder

Door Wim Orbons en Rob van Altena

De Belgische minister van justitie kwam eind 2004 met een baanbrekend wetsontwerp: rechters moeten bij echtscheiding voorrang geven aan een 'gelijkmatig verdeelde huisvesting van het kind' en die ook gedwongen ten uitvoer leggen. Het is tijd dat Nederland eveneens kiest voor gelijkwaardigheid van beide ouders na scheiding. Niemand wil meer dat een vader een soort tweederangs ouder is die zijn kind slechts tweemaal per maand ziet.

In Nederland vinden jaarlijks bijna 40.000 echt- en flitsscheidingen plaats en worden zo'n 70.000 samenwoonrelaties verbroken. Daar zijn zo'n 65.000 kinderen bij betrokken. Duizenden kinderen hebben na een scheiding geen of nauwelijks contact met beide ouders. Maar eerst enkele feiten uit wetenschappelijk onderzoek uit binnen- en buitenland: driekwart van de scheidingen gaat om 'niets', zeker niet in vergelijking met de nasleep en de gevolgen. Minder dan dertig procent van de gescheidenen zegt na scheiding gelukkiger te zijn. Bijna tachtig procent van de kinderen beoordeelt hun eigen traditioneel samengestelde gezinssituatie als goed. Conclusie: scheiden is vaak overbodig en niet in het belang van het kind.
Kinderen uit gebroken gezinnen en die vaderloos opgroeien zijn op 54 verschillende aspecten van hun leven slechter af. Daarnaast kost de scheidingscultuur de overheid - en dus de belastingbetaler - miljarden euro's aan rechtsbijstand, rechtbank, kinderbescherming, verzuimde arbeidsuren, ziektekosten, therapie, medische zorg, bijstand, WAO, enzovoort.

De problemen na scheiding liggen niet eens zozeer in de wetgeving maar in de uitvoering ervan. Rechters zijn geen voorstander van strafrechtelijke sancties tegen moeders die weigeren om, tegen de afspraak in, hun kind aan de vader mee te geven. Maar wat gebeurt er met vaders wiens kinderen na het omgangsweekeinde te laat zijn of niet terugwillen naar moeder en haar nieuwe vriend? Vader wordt gearresteerd en vervolgd op grond van artikel 279 WvS. Rechters zouden ex-partners moeten verplichten tot overleg over de zorg en opvoeding van de kinderen met als uitgangspunt: gelijkwaardig ouderschap na een onvermijdelijke scheiding. Maar omdat rechters de huidige wet (1998: gezag impliceert contact) negeren, is een aanscherping van de wet noodzakelijk.
In België ontloopt het merendeel van de scheidende ouders de twee-advocaten-procedure en zoekt een oplossing in een echtscheiding in onderlinge toestemming (EOT) die in dat land ook zonder advocaat of bemiddelaar rechtstreeks aan de rechter ter goedkeuring kan worden voorgelegd. Daarnaast is de Belgische minister van justitie, Laurette Onkelinx, in december 2004 met een baanbrekend wetsontwerp gekomen: rechters moeten bij echtscheiding voortaan voorrang geven aan een 'gelijkmatig verdeelde huisvesting van het kind' en die ook gedwongen ten uitvoer leggen.

Het wetsontwerp is ontstaan uit een idee van de ex-staatssecretaris voor het gezin, Isabelle Simonis, en gegroeid na een breed inspraaktraject ('de Statengeneraal van het Gezin') waaruit bijna unaniem de wens naar voren kwam om voor het toewijzen van kinderen een algemene norm of model in te voeren. En dit model kan alleen bestaan uit een gelijke verdeling, aangezien 'in de wet onmogelijk kan worden bepaald dat het kind bij de moeder wordt gehuisvest. Meestal wensen de kinderen dat hun ouders samen blijven. Maar wanneer scheiding onafwendbaar is, is het het beste een goede verstandhouding tussen de ouders aan te moedigen. Voor een kind is niets zo pijnlijk als een verwoestend proces tussen zijn ouders. Thans wenst niemand meer dat een vader een tweederangsouder is die het kind slechts tweemaal in de maand ziet. In tegenstelling tot de huidige situatie moet (volgens dit ontwerp) niet langer de ouder die om de beurtelingse huisvesting van de kinderen verzoekt de reden daarvan aantonen, maar moet de ouder die zich ertegen verzet zijn bezwaren bewijzen. Wanneer een ouder de rechterlijke uitspraak niet uitvoert, kan de andere ouder de zaak voor dezelfde rechter brengen, die haar dan met voorrang moet behandelen en personen kan aanwijzen om de gerechtsdeurwaarder te vergezellen voor het uitvoeren van zijn beslissing.' Na een jaar moet de rechtbank trouwens zelfs ambtshalve onderzoeken of beide partijen zich aan de uitspraak houden.
Vooral in de grondgedachte is er een overeenkomst met het in Nederland al eerder voorgelegde wetsvoorstel van Ruud Luchtenveld (VVD): 'Het is de bedoeling van dit wetsvoorstel dat bij maatwerk bewust overleg wordt gevoerd vanuit gelijkwaardige posities van beide ouders en niet van een zekere voorrangspositie van de moeder. Het is noodzakelijk dat terzake een norm in de wet wordt opgenomen. Er mag geen situatie ontstaan waarin de tijd in het voordeel van querulant werkt. In de mogelijkheid om voorlopige voorzieningen te vragen schuilt het gevaar dat het conflict ontaardt in een vechtscheiding. Een advies van de kinderbescherming is nadrukkelijk niet de bedoeling. Indiener wil dat het traditionele patroon (hoofdverblijfplaats kind meestal bij de moeder en een omgangsregeling meestal voor de vader) wordt verlaten. Kamer en minister staan voor ogen dat ook in de rechtsspraak op meer gelijkwaardige wijze invulling wordt gegeven aan het sinds 1998 ingevoerde gemeenschappelijk gezag als hoofdregel na echtscheiding. Onlangs werd dit ook benadrukt in het PvdA-rapport Ouder blijf je.'
In concreto opent het voorstel-Luchtenveld voor ouders de mogelijkheid om buiten de rechter om te scheiden door een gezamenlijke verklaring, mede ondertekend door een bemiddelaar met juridische achtergrond, in te dienen bij de burgerlijke stand of de mogelijkheid te scheiden door een gezamenlijk verzoek bij de rechtbank (zie de Belgische EOT). In beide gevallen is een ouderschapsplan verplicht. Bij moeilijkheden in de uitvoering kan elke partij zich ook zonder advocaat tot de rechtbank wenden die partijen dan binnen veertien dagen oproept. De rechter kan ook ambtshalve de handhaving nagaan, een (erkende) bemiddelaar aanwijzen en heeft dwangsom en lijfsdwang ter beschikking.

Ruim twee jaar nadat vijf moties zijn ingediend om de echtscheidingswetgeving te veranderen, presenteerde minister Donner van justitie recentelijk ook een concept-wetsvoorstel aan zijn adviesorganen. De kern daarvan is dat kinderen na scheiding het recht hebben hun beide ouders te blijven zien. Maar dat recht hadden ze al. De ouder die de dagelijkse zorg heeft (meestal moeder) is verplicht (dat is ze nu ook, maar doet ze niet) ervoor te zorgen dat een kind ook met de andere ouder blijft omgaan. Daarmee blijft de verzorgende ouder en de omgangsouder in stand en wordt voorbij gegaan aan gelijkwaardig ouderschap na scheiding. Ook de ouder zonder ouderlijk gezag over het kind moet verplicht omgang hebben met het kind (dat ligt al vast in een wet uit 1990). Dat is volgens de minister onder meer in lijn met het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens (vanaf 1950 geldig).
Nog daargelaten dat flinke tijdwinst kan worden geboekt met het wetsvoorstel-Luchtenveld als het binnenkort door de Tweede Kamer wordt aangenomen, ontbreken in de voorstellen van de minister een flink aantal van de in het wetsvoorstel-Luchtenveld wel opgenomen sancties bij niet-naleving van tussen ouders of bij de rechter gemaakte afspraken. Ook kiest de minister niet principieel voor gelijkwaardigheid van beide ouders na scheiding. Met het wetsvoorstel van de minister wordt geen einde gemaakt aan de 'vechtscheidingen' omdat rechters geen sancties uitspreken tegenover onwillende moeders, die gerechtelijke uitspraken negeren en zich niet aan het ouderschapsplan houden dat moet worden opgesteld.
Volgens schattingen zijn er in Nederland nu ruim 300.000 kinderen die na echtscheiding een van hun beide ouders (en groot-ouders) niet meer zien. Daarbij komt een vergelijkbaar aantal kinderen uit gescheiden samenwoners. Minister Donner wil 'scheiden niet moeilijker maken, maar ook niet makkelijker'. Maar of met zijn wetsvoorstel aan de rechtsongelijkheid tussen gescheiden vaders en gescheiden moeders een einde komt is zeer te betwijfelen. Indien gelijkwaardig ouderschap na scheiding de norm wordt zal het aantal scheidingen afnemen en daarmee ook de ellende voor kinderen, en (groot)ouders én de kosten voor de samenleving.
Rob van Altena is voormalig leraar en juridisch publicist. Wim Orbons is voormalig directeur en secretaris van diverse gezondheidszorgorganisaties. Hij is tevens contactpersoon van de expertgroep die aan de minister van Justitie voorstellen heeft gedaan om de echtscheidingswetgeving te veranderen.

site-zoekmachine home en inhoudsopgave site het zál vaders een zorg zijn home colofon- tips & citaat- mail- links dossier stalking dossier beeld en geluid; klik voor index dossier repressie familierecht; klik voor index dossier ouderverstoting dossier kinderbescherming dossier wetenschap en vaderschap dossier rechterlijke macht
Last Updated http://vaderseenzorg.nl/luchtenveld04.html : zie ook de andere pagina's